1965

laatst aangepast: 13-10-2009 | 16:55

1965 – Kaulille (B)
De muzikale ladder zou na het succes in Neer in 1962 nog hoger bestegen worden. In datzelfde jaar -op 18 juli 1965- kwam de lang nagestreefde doorstoot. De proloog speelde zich op 11 juli af in het Belgische Kaulille. Twee concoursstukken werden uitgetest tijdens een federatief concours waaraan op uitdrukkelijk verzoek van de Belgische muziekbond werd deelgenomen; als wij althans de Maas- en Roerbode van 29 juli 1965 mogen geloven. De jury, bestaande uit de Nederlander Koekelko­ren, de heer Leemans van het Belgisch Radio Orkest en de kapelmeester Schroovens, beoordeelde de prestaties als volgt: “Tempo soms iets te snel, stemming af en toe zwevend, buiten deze kleinigheden zeer goed werk.”  Voor het verplichte werk kwam de Belgische jury tot 165 punten en voor het gekozen nummer tot 159. Totaal 324 punten; dat was niet slecht. Wilhelmina was er klaar voor. Om niet op het nog komend concours in Maasbracht –een week later op zondag 18 juli- vooruit te lopen, werd aan deze ongetwijfeld grootse prestatie niet al te veel aandacht besteed. Na een kleine viering in besloten kring wierp men zich weer vol ijver op de muziek om de laatste schoonheids­fouten weg te werken. De volgende dag zou het er om gaan spannen.

1965 – Maasbracht
Helaas werden tijdens het federatief concours in Maasbracht  in de ere-afdeling geen 324 punten behaald. Men moest met 306 punten genoegen nemen. De muzikanten kunnen zenuwach­tig zijn geweest, maar ook de jury, bestaande uit J. Beekhoven, C. Jacobs en J.P. Laro, kon strengere normen gehanteerd hebben, wie zal het zeggen. Maar deze 306 punten waren nog altijd goed voor een eerste prijs met promotie naar de afdeling superieur. Het keuzewerk Harlem Shadows van Meindert Boekel waardeerde de jury met 153 punten en lichtte dit toe met de  volgende aantekeningen in het rapport: “zeer goede vertolking, muzikaal verzorgd en getuigend van serieuze voorbereiding. Behoudens enkele opmerkingen, zeer veel goeds in deze tempera­mentvolle uitvoering. Technisch wel beheerst, ritmisch kon het hier en daar pikanter.”  Als verplicht werk werd de Nederlandse Suite  van Henk van Lijnschoten gespeeld. Ook hiervoor rolden 153 punten uit de bus. Het oordeel luidde: “een zeer goede prestatie, een goede uitvoering”. Maasbracht was een welverdiend succes voor harmonie Wilhelmina en haar eminente directeur Leo Sevriens. We weten niet hoe de vereniging deze mooie prestatie heeft gevierd. Ongetwijfeld heeft men het niet droog gehouden. In het archief vinden wij echter geen neerslag van enige feestelijke activiteit en de krant maakte enkel melding van een te houden receptie in de harmonie­zaal.

1965 - Venlo
Op 16 oktober 1965 werd deelgenomen aan de voorronde van het KRO-Jubileummuziekfeest te Venlo. In de ere-afdeling categorie harmonie A behaalde Leo Sevriens met Posterholt slechts 150 van de 210 punten, te vergelijken met 257 punten volgens de 360-puntentelling. Er hoefde slechts één vrij werk te worden uitgevoerd, een verplicht werk was er niet. Men koos voor Prelude, Dialogue et Variations van Meindert Boekel. De zuiverheid speelde het meest parten. De drie juyle –bestaande uit Hugo de Groot, Henk van Lijnschoten (vervanger van Oscar van Hemel) en Eduard Flipse (vervanger van Johan Piukse) waardeerden deze categorie alle drie met een magere zes! Verder schreef de Groot: “De keuze van dit stuk is gevaarlijk voor een orkest dat niet trefzeker is in zuivere intonatie. Alle onzuiverheden (en die waren talrijk) vallen in dit open stuk bijzonder op. Jammer voor de algemene prestatie van dirigent en orkest, dat de stemming een handicap is om tot een goed resultaat te komen”. Na een groot aantal opmerkingen schrijft Flipse tot slot: “Enfin, het vlot niet, het stemt niet. Volgende maal beter.” Van Lijnschoten besluit met: “Zeer zwak en wat te horen is, is onzuiver. Elementaire zaken gaan studeren (toonvorming etc.). Dit werk beheerst men ook technisch niet.” De genadeloze uitslag van 150 punten op een maximaal te behalen aantal van 210, te vergelijken met 257 punten volgens de 360-puntentelling, betekende een fiasco. Achteraf bezien, had men dit debacle wellicht kunnen voorkomen. In de week, voorafgaande aan de wedstrijd, moest op vijf achtereenvol­gende dagen worden gespeeld op een huishoudtentoonstelling in Heinsberg. Financieel gezien zeker een lucratieve zaak, maar voor het spelniveau van de vermoeide spelers was het kennelijk funest, met het genoemde gevolg. Een bestuurlijke misser, waaruit lering werd getrokken.