1969 - 1970 - 1971 - 1972
laatst aangepast: 13-10-2009 | 16:561969 - Herten
Het verblijf in de superieure top zou in de nu volgende jaren steeds opnieuw bevochten moeten worden; adel verplicht immers. Op 28 september 1969 volgde deelname aan het concours van de Limburgse Bond van Muziekgezelschappen in Herten. Met Divertissement Rhapsodique van P. Leemans als verplicht werk en Second Rhapsodie on Negro Spirituals van Eric Ball als vrij werk wist Sevriens met zijn gezelschap 288 van de 360 punten te behalen, nét voldoende voor een 1e prijs. De categorieën zuiverheid, samenspel/ritmiek en klankgehalte in het verplichte werk bleken wederom de boosdoeners. Vooral het gemis aan voldoende houtblazers, althans het gebrek aan voldoende potentieel hout, was volgens twee juryleden een ernstige handicap. Overigens, zo schrijft jurylid Eduard Flipse, was het keuzewerk in zijn geheel overtuigender gespeeld dan het eerste werk. Het was doorgaans muzikaal, met veel mooie momenten. Voor het keuzewerk behaalde men dan ook 149½ punten en voor het verplichte werk 138½ punten.
1970 – Echt
Een jaar na het toch wel wat magere resultaat op het concours in Herten probeerde de harmonie het nog een keer op een voorronde van het tweede KRO-Muziekfeest. Deze keer kwam men op 17 oktober 1970 in het Royaltheater in Echt uit in de afdeling superieur. Men moest een vrije mars en een vrij werk uitvoeren. De harmonie koos voor de mars Washington Grays van Grafulla en Three Inventions van Pi Scheffer. De jury kende aan de uitvoering van de mars 175½ punt toe en aan het vrije werk 177 punten, in totaal dus 352½ punten. Er werd door drie juryleden, te weten Hugo de Groot, Piet Stalmeier en Peet van Bruggen, beoordeeld in 7 categorieën, waarbij de categorie presentatie/concentratie maximaal 8 en minimaal 6 punten kon opleveren. In totaal konden dus 408 punten worden behaald. Omgerekend naar de 360-puntentelling betekende dit 311 punten, een zeer mooi resultaat en goed voor een plaats in de halve finale.
1971 – Echt
Op 4 april 1971 nam men dus deel aan de halve finale van het KRO-muziekfeest. In zaal Foncken in Echt werd met 9 andere verenigingen gestreden om een plaats in de finale. Op de ranglijst naar behaalde resultaten in de voorronde stond Posterholt op de 7e plaats. Het zou moeilijk worden, maar ook hier was meedoen uiteraard weer belangrijker dan winnen! Weer moest een vrije mars en een vrij werk gespeeld worden. Wilhelmina met directeur Sevriens koos voor American Patrol van W. Meacham en de Jamaican Folk Suite van Harold Walters. De puntentelling was wederom gebaseerd op een totaal van 408 te behalen punten. De jury bestond uit de heren Gijsbert Nieuwland, Henk van Lijnschoten en Jean Pierre Laro. Voor de mars behaalde men 170 punten en voor het vrije werk 168 punten, een totaal van 338 punten, omgerekend naar de 360-puntentelling 298 punten. De zuiverheid en het klankgehalte waren nu goed, en er werd, zo schreef jurylid Nieuwland, wel met Schwung, maar niet altijd met raffinement gespeeld en Laro vond dat men enthousiast gespeeld had. De score bleek niet voldoende voor een plaats in de finale.
1972 – Leverkusen
Ook internationaal werd gescoord. Met de Jamaican Folk Suite van Harold L. Walters en Porgy and Bess van George Gershwin onderwiepen de 69 Posterholtse muzikanten zich in de Kunststufe aan het oordeel van een jury tijdens een concours van de Duitse Volksmusikerbund in het Forum in Leverkusen op 14 oktober 1972. Het oordeel van de tweekoppige jury, bestaande uit Eugen Armbrust en Friedrich Deisenroth: "...eine ausgezeichnete Gesamtleistung und einen über der Sache stehenden Dirigenten” en “grossartigen Klang zauberte das tolle Holzregister” Een 1. Rang mit Auszeichnung werd gevolgd door een optreden voor de WDR-radio.