1985 - 1989

laatst aangepast: 13-10-2009 | 16:56

1985 – Vlodrop
Tijdens het bondsconcours in Vlodrop in 1985 werd met 309 punten een eerste prijs behaald. Een kleine tegenvaller, met name voor de dirigent en nogal wat leden. Men had toch heel wat meer verwacht! Waar ging het dan in de ogen van Posterholt zo mis? Aan de voorbereiding kon het niet liggen. In de periode voorafgaand aan het concours werd een groot aantal concerten gegeven. Er waren uiteraard vele extra repetities. De gekozen werken lagen bij de leden lekker in het gehoor en men repeteerde er graag aan. Maar toch. Om te beginnen was er de accommodatie. De sporthal van Vlodrop is niet echt geschikt als eigentijdse concourshal en tot overmaat van ramp was er constant een soort gebrom te horen van de heteluchtverwarming, die overigens geen warme maar ijskoude lucht blies. Maar goed dat het bestuur beslist had dat niet in hemdsmouwen mocht worden gemusiceerd! Wilhelmina droeg die avond namelijk voor het eerst de nieuwe zwarte uniformen en die moesten getoond worden. Dan was er nog de onrust voor het opkomen op het podium. Speaker Jan Lemmen van de bond verzocht Posterholt al op het podium plaats te nemen nog voordat het podium naar onze wensen in gereedheid was gebracht. Toch nam men plaats, ondertussen nog allerlei technische zaken regelend, zoals de aansluiting van de luidspreker op de synthesizer. In de Hary Janos Suite moest namelijk een thema op een cembalo, een oud snaarinstrument, gespeeld worden. De cembalo zou worden nagebootst met behulp van de synthesizer, maar men kreeg geen tijd om, naar later bleek, het volume goed in te stellen: de speaker kondigde het eerste werk aan, de juryvoorzitter gaf het teken met het belletje. Posterholt kon beginnen. Over de uitgevoerde werken, Symfony X van Don Gillis en de Hary Janos Suite van Zoltan Kodaly, oordeelden de juryleden Claessens, van Ossenbruggen en Laro respectievelijk met 158½ en 150½ punten. Ondanks een reeks wensen en opmerkingen becommentarieerden  zij de uitgevoerde werken met “prima vertolking',  en “... toch opmerkelijke prestatie. Technisch is men echter tot zeer veel in staat”, zo luidde het oordeel. En de cembalo was niet te horen in de zaal! Uiteraard zou Wilhelmina niet Wilhelmina zijn, wanneer er niet tot in de kleine uurtjes gefeest zou zijn. Schreurs, pas hersteld van een zware griep, had na afloop van het concours nog met insiders binnen de muziekwereld gesproken en men kwam tot de conclusie, dat Posterholt toch te weinig punten had gekregen. Schreurs voelde zich tekort gedaan door de jury. Dit zou jaren later leiden tot een weigering van Schreurs om nog langer deel te nemen aan bondsconcoursen. Deze beslissing leidde tot veel commotie binnen de muziekwereld. De krant kopte in 1988: Topdirigent weigert op concours te gaan en Dominique Schreurs nog steeds furieus over jurering. In het artikel werd ook aangehaald dat harmonie Wilhelmina uit Posterholt, onder leiding van Schreurs, in 1988 niet zal deelnemen aan het bondsconcours. Dit uit onvrede met de manier van jureren van de juryleden Laro, Claessens en van Ossenbruggen.

1989 – Kerkrade
In 1989 waren sindsdien bijna vijf jaren voorbij gegaan en de harmonie was nu verplicht om haar muzikale kunnen opnieuw onder bewijs te stellen. Twee werken werden ingestudeerd: Suite voor harmonie-orkest  van Rob Goorhuis en The Lincolnshire Posy  van Percy Grainger. Op 21 oktober 1989 was sprake van een jeugdig korps dat met deze werken tijdens het tweede bondsconcours in de Rodahal in Kerkrade met 330½  punten een eerste prijs met lof der jury wist te behalen. Het hoogste aantal punten dat het korps ooit in de afdeling superieur op een concours behaalde. Daar was een intensieve voorbereidingsperiode aan vooraf gegaan met extra repetities en groepsrepetities (klarinetten) en zelfs een repetitie in de Rodahal om aan de akoestiek te wennen.  Het door het bestuur ingezet verjongingsbeleid was geslaagd en de aandacht voor de opleidingen had duidelijk vruchten afgeworpen.  Met een combinatie van jeugdig enthousiasme en ervaring van oudere leden had Wilhelmina bewezen ook na de verjonging van het korps terecht tot de sub-top van de hafa-wereld te behoren. De jury bestond uit Jean Pierre Laro, J. van Ossenbruggen en John Floore. Voor het verplicht werk werden maar liefst 164½ punten behaald en voor het keuzewerk 166 punten. Het korps telde nu 74 actief spelende leden (50 mannen en 24 vrouwen), waarvan er 20 in opleiding waren. Daarnaast was er een jeugdharmonie - waarover hierna meer - die 45 leden telde maar waarvan er 25 meespeelden in de grote harmonie. Het totaal aantal muzikanten dat bij Kreato  in opleiding was bedroeg 53. Het laatste decennium op weg naar het eerste eeuwfeest kon met optimisme tegemoet worden gezien.