laatst aangepast: 02-10-2009 | 17:47

uit het boek Honderd jaar musiceren in Posterholt | auteur Jeu Veelen
DE OPRICHTING IN 1898

Een aantal jongemannen, waarvan waarschijnlijk enkele al lid waren van een van de schutterijen, nam in 1898 het initiatief in groepsverband te gaan musiceren. Ondanks alles toch wel een gedurfde onderneming, want de tijden waren tot dan niet gunstig geweest. De economische situatie werd omstreeks 1880 beheerst door de grote Europese landbouwcrisis. De prijzen voor de voornaamste landbouwproducten waren enorm gedaald als gevolg van de hoge import uit het buitenland waartegen de boeren niet konden concurreren. In Limburg, met zijn voornamelijk agrarische gebieden en zijn uitgestrekte grenslijn, was de toestand zeer zorgwekkend. Zowel de Duitse als de Belgische grenzen gingen geregeld dicht voor Nederlandse producten. Het was de tijd van de smokkelaars en van de trek naar de Duitse fabrieken en steenbakkerijen waar de lonen hoger waren. Er was onrust, ontevredenheid en armoede alom. Het is dan ook verwonderlijk dat juist in deze tijd toch een betrekkelijk dure muziekvereniging werd opgericht. Vanaf 1890 kwam echter een aantal verbeteringen tot stand die het bestaansniveau van de bevolking uiteindelijk deed stijgen. Denken we onder andere maar eens aan iets als de invoering van het gebruik van kunstmest. Een betere productie deed het welvaartspeil van de boeren stijgen en dat had natuurlijk ook gevolgen voor de andere beroepsgroepen.

Een stijging van de welvaart aan het einde van de 19e  eeuw, gaf de mensen op het platteland de kans om zich met zaken bezig te houden die niet alleen het werken voor het dagelijks brood betroffen. Ze ontdekten de genoegens van het verenigingsleven. In Posterholt vonden de initiatiefnemers bovendien de nieuwe en niet onbemiddelde burgervader aan hun zijde. Voor hem was hier een prominente rol weggelegd. Daarom over hem later meer. Hoe de kerkelijke overheid in Posterholt hier tegenover stond, is niet bekend. Wij mogen echter gerust aannemen dat dit initiatief bij de toenmalige pastoor Lud Aerts (1886-1907) en zijn opvolgers ruim ondersteuning heeft gekregen wegens de mogelijkheid die nu ontstond om de processies en andere kerkelijke plechtigheden op te luisteren. Het (dorps)leven was immers met het katholicisme doordrenkt en iedere vereniging voerde het predikaat katholiek. De aankomende tijd van Het Rijke Roomsche Leven! Ook de harmonie speelde daarin haar eigen onmisbare rol bij tal van vieringen.

We zeiden al dat de harmonie werd opgericht in het jaar 1898. Volgens de overlevering was dat op 8 juni, maar die precieze datum blijkt nergens uit. Niet verwonderlijk als later blijkt dat er zelfs over het jaar van oprichting een misverstand kon ontstaan. In 1923 was er geen viering van een zilveren jubileum. Mogelijk hing dit samen met in dat jaar optredende moeilijkheden, waarbij het complete bestuur aftrad. We komen daarover nog te spreken. Maar wat vervolgens te denken van een bericht in het blad De Nieuwe Koerier van 7 april 1925 waarin een groot festival op 21 juni van dat jaar werd aangekondigd wegens de viering van het 25-jarig bestaan? Een verlate viering? Of mogen wij er van uit gaan dat men zich vergiste door uit te gaan van het in 1900 beginnend kasboek? Zoekend in datzelfde kasboek vinden we echter geen enkele aanwijzing dat er een festival heeft plaats gevonden. Hoe het ook zij, ondanks het feit dat er geen oprichtingsakte bestaat, mogen we er toch vanuit gaan dat de oprichting in 1898 heeft plaats gevonden. Daarvoor pleiten een aantal aanwijzingen, zoals de toch sterke mondelinge overlevering, de keuze van de naam die duidelijk te maken had met het inhuldigingsjaar van koningin Wilhelmina, de benoeming van burgemeester J. Geradts in 1898 en het bestaan van een kasboek vóór het jaar 1900. Op al deze zaken zullen wij hierna nog ingaan. 

Wie de oprichters zijn geweest is ook niet met volledige zekerheid te zeggen. We kennen de namen van een aantal personen uit mondelinge overlevering. Wie waren zij? Omdat het bij blaasmuziekverenigin­gen ging om een voor die tijd modern fenomeen, moet men niet alleen de oprichters maar ook de eerste leden vooral zoeken onder het veranderingsgezinde deel van de burgerij: jeugdige plaatsgenoten uit de middenklasse. Op 12 april 1898 werd mr. Jules Geradts geïnstalleerd als burgemeester van Posterholt. Uit het feit dat de oprichting van de harmonie en zijn benoeming tot burgemeester samenvielen en hij bovendien het voorzitterschap op zich nam, mogen we aannemen dat burgemeester Jules Geradts toch wel de grote stimulator is geweest.