uit het boek Honderd jaar musiceren in Posterholt | auteur Jeu Veelen
DE OPRICHTERS
Als wij willen weten wie de oprichters van de harmonie waren, dan reikt die vraagstelling verder dan enkel de namen van personen. Wij willen daarmee ook iets trachten te achterhalen van hun achtergrond. Wie waren zij en wat was hun maatschappelijke positie. Laten wij beginnen met hun namen. Burgemeester J. Geradts nam dus het voorzitterschap van de vereniging op zich. Secretaris werd Frans van Heel. Overige bestuursleden waren G. Hover, P. Peeters, J. Willems en G. Cox. Laatstgenoemde was blijkens het oudste kasboek de eerste penningmeester. Tot de werkende leden van het eerste uur behoorden: R. Cox, fluit, G. Braun en G. Huskens, soloklarinet, K. Hover, C. Schoenmakers, J. Willems, L. Verbeek, klarinet, H. Timmermans, J. Peeters, piston, J. van der Vorst, H. Hover, bugel, J. van Montfort, H. Schmitz, alto, Th. van der Vorst, J. Hilgers, bariton, J. Vosdellen, trombone, J. Demarteau, tuba, Chr. Timmermans, bombardon, P. Reumers, grote trom en J. Visschers, kleine trom.
Deze gegevens vinden we in de jubileumgids die in 1948 werd samengesteld. We moeten aannemen dat hun namen hierin terecht zijn gekomen op grond van mondelinge overlevering, want –zoals reeds gezegd- een oprichtingsakte of een verslag van een oprichtingsvergadering zijn er niet. Het blijft daardoor een flexibele zaak, want blijkens de feestgids bij gelegenheid van het 60-jarig bestaan in 1958 is het aantal eerste leden met twee toegenomen (Jac Mooren en Th. Mouwens). Belangrijker dan het aantal, is echter de vraag: wie waren deze (jonge)mannen van het eerste uur en wat was hun maatschappelijke positie? Het blijken inderdaad vooral burgers te zijn geweest uit die zogenaamde middenklasse die zich -zoals ook elders in de provincie- door verbetering en uitbreiding van het onderwijs en van de communicatiemiddelen ontwikkeld had en die open stond voor nieuwe ideeën. Voor zover hun identiteit nog te achterhalen valt, stellen wij enkelen van hen voor.
Frans van Heel, geboren op 1 mei 1864, was hoofdonderwijzer aan de openbare lagere school. Hij was de vader van het latere bestuurslid en onderwijzer Sef van Heel. Het bestuurslid G. Hover was de in 1847 geboren houthandelaar-schrijnwerker Gerard Hover. Hij was in 1898 dus beslist geen jongeman meer. Dat gold wel voor zijn musicerende zonen Karel en Henri Hover, respectievelijk 20 en 18 jaar oud. Gerard Hover was verschillende perioden lid van de gemeenteraad. Het bestuurslid J. Willems was de in 1868 geboren kleermaker Johannes Willems (Sjnieder Hannes). Van hem is bekend dat hij in later jaren bestuurslid was. In 1931 werd hij secretaris. Musicerend lid is hij echter nooit geweest, zo blijkt uit zijn biografie. De grote trom werd geslagen door Peter Reumers (Sjpèkke Pier), geboren in 1866 en overleden in 1950. Hij wordt later ook genoemd als bestuurslid en als lid van de gemeenteraad.
L. Verbeek was de toen 30-jarige Louis, geboren in 1868 en molenaar van beroep. Hij was de stamvader van de Posterholtse tak van het molenaarsgeslacht Verbeek. C. Schoenmakers was de toen 16-jarige Caspar (Casj) Schoenmakers, zoon van de herbergier-bierbrouwer Hendrikus W. Schoenmakers (zijn etablissement op de Donk was destijds beter bekend als Pötse Driekes) en later raadslid en wethouder. Achter de namen H. en Chr. Timmermans gaan twee broers schuil: de toen 26-jarige Henri Timmermans, geboren op 12 december 1872, later ambtenaar van de burgerlijke stand en diens 15-jarige broer Christiaan (Chrisj), geboren in 1883, de latere gemeenteontvanger. Zij waren zonen van de koopman-winkelier Peter Timmermans (van het bekende huis de Trap), die verschillende openbare functies bekleedde, zoals het wethouderschap en bestuurder bij de Boerenleenbank en het Waterschap. Voor de fluitist R. Cox staat Neer Cox die bij het 75-jarig bestaan van de harmonie nog in Vlodrop woonachtig was. Van het spelend lid G. Braun weten we dat hij uit een muzikale familie kwam. Gradus, geboren in 1866, was koster en organist. Hij was de zoon van veldwachter (de sjöt) Wulm Braun en de wiesvrouw Maria Janssens. Gradus was de broer van Peter (Pierke) Braun die het door hem geschreven lied Mien dörpke aan et Vlaot in 1936 aan hem opdroeg. In dat lied noemt hij ook de leden van de harmonie die een serenade brengen aan meister Frans van Heel, een van de oprichters. We citeren de Nieuwe Koerier van 6 mei 1924: "Zondagavond werd door den edelachtbare heer burgemeester en den Raad, onder begeleiding der harmonie Wilhelmina een bezoek gebracht aan den heer Fr. van Heel, hoofd der school, ter viering van zijn 40-jarig feest als onderwijzer dezer gemeente. Na uitvoering van eenige muziekstukken, werd door den burgemeester, onder aanbieding van een geschenk, eene toespraak gehouden, waarvoor de heer van Heel, ook namens zijne familie, dankte". In zijn toenmalig Posters dialect schreef Peter Braun daarover in 1936 in een nostalgische terugblik:
Ich zeen dae Chrisj nag mit zien haore
En al die jonge van de hermenie
Wat kosje dich die kaerels blaoze
En mesjere, wie nag nie
Ich zeen ze nag det "Ständsje" bringe
Bie van Hael sjnachs op de sjtraot
Ich heur mie vader nag mit zinge
In mien dörpke aan et Vlaot