laatst aangepast: 21-10-2009 | 15:00

uit het boek Honderd jaar musiceren in Posterholt | auteur Jeu Veelen
1898-1905 en van 1906-1911

LEOPOLD ROUBROEKS

De eerste dirigent was een zekere Roubroeks. Een schimmige figuur, want in het archief van de harmonie zijn over hem geen persoonlijke gegevens bewaard gebleven, geen voornaam en geen woonplaats. Wél mag uit de aantekeningen in het kasboek de conclusie worden getrokken dat hij het musiceren kennelijk met veel liefde heeft gedaan, getuige zijn aanblijven ondanks een teruglopend honorarium en het feit dat hij, toen de bodem van de kas weer eens in zicht kwam, zelfs bereid was om negen maanden op zijn honorarium te wachten.

Ondanks deze lacune tot nu toe in de historie van de vereniging, is het gelukt om zijn identiteit te achterhalen. Deze Roubroeks was de kleinzoon van de in de Franse tijd bekende assessor (wethouder) en latere burgemeester van Posterholt, Cornelius Roubroeks, voor oudere mensen uit Posterholt wellicht beter bekend als broewer Nelis.

De naam van die kleinzoon was Leopold Cornelius Roubroeks, geboren in Karken op 1 januari 1865, als oudste zoon van de daar wonende Nederlander Peter Joannes Roubroeks en Anna Maria Erdweg. Leopold, of Pol zoals hij waarschijnlijk werd genoemd, zou een veelzijdig muzikaal mens zijn geweest. In het adresboek van de Bürgermeisterei Karken stond hij in 1905 als musicus ingeschreven. Volgens zijn dochter Chrysantha kreeg hij een muzikale opleiding in Heinsberg, alsook een opleiding in het Latijn van de nu nog legendarische kapelaan en latere pastoor van Karken, Wilhelm Hencken. Deze schonk hem ook een klavier. Leopold was lange tijd ongehuwd en woonde in Karken bij zijn vader.

Vanaf februari 1897 woonde hij in Herkenbosch. Volgens het bevolkingsregister was hij koster en we mogen aannemen dat hij als zodanig in de Sint-Sebastianuskerk fungeerde en dat betekende destijds dat hij ook organist was. In deze periode werd hij in 1898 ook dirigent van harmonie Wilhelmina in Posterholt. In november 1899 keerde hij vanuit Herkenbosch terug naar Karken. Voor zijn levensonderhoud werkte hij volgens een van zijn kinderen bij zijn vader die in Karken meubelmaker (Schreiner) was.
Later was hij ook lange tijd werkzaam bij de Glanzstofffabrieken in Unterbruch. Hij verdiende kennelijk toch graag wat extra, want in zijn vrije tijd zou hij ook als dansleraar werkzaam zijn geweest. Op 1 februari 1910 werd in Karken een Instrumen­talverein opgericht en Leopold werd ook hier de eerste dirigent tegen een honorarium van tweehon­derdvijftig Mark per jaar.

De laatste betaling als dirigent van harmonie Wilhelmina in Posterholt vonden we in april 1911. Waarschijnlijk heeft hij omstreeks die tijd zijn ontslag genomen wegens zijn nieuwe taak bij de Instrumentalverein in Karken. De reden kan ook zijn geweest dat hij, inmiddels 46 jaar oud, alsnog op vrijersvoeten was gegaan. Op 13 april 1913 trad hij namelijk in Gerderhahn bij Erkelenz in het huwelijk met de 16 jaar jongere Gertrud Drehsen uit die plaats. Zij was de dochter uit een landbouwersgezin. Het paar bleef voorlopig wonen bij Leopolds 79-jarige vader die weduwnaar was. Na het overlijden van (schoon)vader Peter verhuisde men naar Gerderhahn waar het boerenbedrijf van de familie Drehsen werd voortgezet; een taak die zowel hem alsook zijn vrouw niet erg lag. Zijn muzikale talenten bleef hij trouw.
Volgens zijn kinderen was hij altijd actief met muziekgroepen, bespeelde hij niet alleen het orgel en het klavier, maar was hij ook bedreven op de viool, de citer en de trompet. Zijn dochter is nog steeds in het bezit van een muziekboekje van haar vader waarin hij in 1909 onder andere de muziek (met Nederlandse tekst) schreef van het lied Het Hutje bij de Zee, beter bekend onder de beginwoorden Beelden uit mijn kinderjaren. Toch heel frappant omdat dit ook de muziek is waarop het Posterholts "volkslied" Mien dörpke aan et Vlaot werd geschreven. Roubroeks werd ehrenamtlich koster-organist aan de rectoraatskerk in Gerderhahn waar hij zich blijvend verdienstelijk heeft gemaakt als oprichter van het kerkkoor St.-Caecilia waarvan hij vele jaren dirigent was. Tot zijn dood bleef hij de Nederlandse nationaliteit behouden. Hij stierf in Gerderhahn op 17 februari 1951 op 86-jarige leeftijd. Zijn in het Belgische Edegem wonende zoon Ludwig schonk onlangs twee muziekinstrumenten, een dwarsfluit en een klarinet, die aan zijn vader hadden toebehoord, aan de Heemkundevereniging Roerstreek